NL: ontwakenSynoniemen: bijkomen
DE: wachwerden, aufwachen
EN: wake up, arouse
ES: despertarse
FR: se réveiller, s'éveiller
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
ontwaakt
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik ontwaak jij ontwaakt hij ontwaakt wij ontwaken jullie ontwaken zij ontwaken
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik ben ontwaakt jij bent ontwaakt hij is ontwaakt wij zijn ontwaakt jullie zijn ontwaakt zij zijn ontwaakt
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik ontwaakte jij ontwaakte hij ontwaakte wij ontwaakten jullie ontwaakten zij ontwaakten
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik was ontwaakt jij was ontwaakt hij was ontwaakt wij waren ontwaakt jullie waren ontwaakt zij waren ontwaakt
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal ontwaken jij zult ontwaken hij zal ontwaken wij zullen ontwaken jullie zullen ontwaken zij zullen ontwaken
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal ontwaakt zijn jij zult ontwaakt zijn hij zal ontwaakt zijn wij zullen ontwaakt zijn jullie zullen ontwaakt zijn zij zullen ontwaakt zijn
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou ontwaken jij zou ontwaken hij zou ontwaken wij zouden ontwaken jullie zouden ontwaken zij zouden ontwaken
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou ontwaakt zijn jij zou ontwaakt zijn hij zou ontwaakt zijn wij zouden ontwaakt zijn jullie zouden ontwaakt zijn zij zouden ontwaakt zijn
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
ontwaak
|