NL: ontvouwenSynoniemen: openvouwen, toelichten, uitleggen, uitspreiden, spreiden, uiteenzetten, uitvouwen, uitslaan, uitklappen, openspreiden, verduidelijken
DE: ontvouwen (uitleggen): erklären, auseinandersetzen, deuten, erläutern, erörtern, schildern, verdeutlichen, aufschließen, darlegen, illustrieren
EN: ontvouwen (uitleggen): explain, make explicit, make clear
FR: ontvouwen (uitleggen): expliquer, éclaircir, faire comprendre
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
ontvouwen
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik ontvouw jij ontvouwt hij ontvouwt wij ontvouwen jullie ontvouwen zij ontvouwen
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb ontvouwen jij hebt ontvouwen hij heeft ontvouwen wij hebben ontvouwen jullie hebben ontvouwen zij hebben ontvouwen
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik ontvouwde jij ontvouwde hij ontvouwde wij ontvouwden jullie ontvouwden zij ontvouwden
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had ontvouwen jij had ontvouwen hij had ontvouwen wij hadden ontvouwen jullie hadden ontvouwen zij hadden ontvouwen
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal ontvouwen jij zult ontvouwen hij zal ontvouwen wij zullen ontvouwen jullie zullen ontvouwen zij zullen ontvouwen
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal ontvouwen hebben jij zult ontvouwen hebben hij zal ontvouwen hebben wij zullen ontvouwen hebben jullie zullen ontvouwen hebben zij zullen ontvouwen hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou ontvouwen jij zou ontvouwen hij zou ontvouwen wij zouden ontvouwen jullie zouden ontvouwen zij zouden ontvouwen
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou ontvouwen hebben jij zou ontvouwen hebben hij zou ontvouwen hebben wij zouden ontvouwen hebben jullie zouden ontvouwen hebben zij zouden ontvouwen hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
ontvouw
|