NL: ontvoogdenSynoniemen: emanciperen
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
ontvoogd
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik ontvoogd jij ontvoogdt hij ontvoogdt wij ontvoogden jullie ontvoogden zij ontvoogden
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb ontvoogd jij hebt ontvoogd hij heeft ontvoogd wij hebben ontvoogd jullie hebben ontvoogd zij hebben ontvoogd
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik ontvoogdde jij ontvoogdde hij ontvoogdde wij ontvoogdden jullie ontvoogdden zij ontvoogdden
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had ontvoogd jij had ontvoogd hij had ontvoogd wij hadden ontvoogd jullie hadden ontvoogd zij hadden ontvoogd
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal ontvoogden jij zult ontvoogden hij zal ontvoogden wij zullen ontvoogden jullie zullen ontvoogden zij zullen ontvoogden
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal ontvoogd hebben jij zult ontvoogd hebben hij zal ontvoogd hebben wij zullen ontvoogd hebben jullie zullen ontvoogd hebben zij zullen ontvoogd hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou ontvoogden jij zou ontvoogden hij zou ontvoogden wij zouden ontvoogden jullie zouden ontvoogden zij zouden ontvoogden
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou ontvoogd hebben jij zou ontvoogd hebben hij zou ontvoogd hebben wij zouden ontvoogd hebben jullie zouden ontvoogd hebben zij zouden ontvoogd hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
ontvoogd
|