Synoniemen

NL | DE | EN | ES | FR

Werkwoorden

Werkwoorden vervoegen

ontstelen vervoegen

Vul een werkwoord of werkwoordsvorm in van een Nederlands, Duits,
Engels, Frans of Spaans werkwoord.
Bv: denken, dacht, sms'en, sein, have, avoir, être, aller, hablar





NL: ontstelen
FR: voler, dérober

U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)

Voltooid deelwoord
Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen`
ontstolen
Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott)
Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt.
ik ontsteel
jij ontsteelt
hij ontsteelt
wij ontstelen
jullie ontstelen
zij ontstelen
Voltooid tegenwoordige tijd (vtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn.
ik heb ontstolen
jij hebt ontstolen
hij heeft ontstolen
wij hebben ontstolen
jullie hebben ontstolen
zij hebben ontstolen
Onvoltooid verleden tijd (ovt)
Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is.
ik ontstal
jij ontstal
hij ontstal
wij ontstalen
jullie ontstalen
zij ontstalen
Voltooid verleden tijd (vvt)
wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren.
ik had ontstolen
jij had ontstolen
hij had ontstolen
wij hadden ontstolen
jullie hadden ontstolen
zij hadden ontstolen
Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt)
Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden.
ik zal ontstelen
jij zult ontstelen
hij zal ontstelen
wij zullen ontstelen
jullie zullen ontstelen
zij zullen ontstelen
Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn.
ik zal ontstolen hebben
jij zult ontstolen hebben
hij zal ontstolen hebben
wij zullen ontstolen hebben
jullie zullen ontstolen hebben
zij zullen ontstolen hebben
Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden.
ik zou ontstelen
jij zou ontstelen
hij zou ontstelen
wij zouden ontstelen
jullie zouden ontstelen
zij zouden ontstelen
Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn.
ik zou ontstolen hebben
jij zou ontstolen hebben
hij zou ontstolen hebben
wij zouden ontstolen hebben
jullie zouden ontstolen hebben
zij zouden ontstolen hebben
Gebiedende wijs
bv. `Ga weg!`
ontsteel

Directe link naar deze pagina:

http://www.mijnwoordenboek.nl/werkwoord/ontstelen

Werkwoorden A tot (en met) Z



Nederlandse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Duitse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Engelse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Franse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Spaanse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z



© Mijnwoordenboek MMXII | Contact | Privacy | Vaakst vertaald | In English