NL: ontstaanSynoniemen: beginnen, ontstaat, opkomen, voortkomen, zich vormen, geboorte, vorming
DE: entstehen, entspringen, wachsen
EN: originate, come into existance, come into being
ES: empezar, formarse, surgir, originarse, convertirse en, volverse, ponerse, hacerse, erguirse
FR: naître, se faire
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
ontstaan
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik ontsta jij ontstaat hij ontstaat wij ontstaan jullie ontstaan zij ontstaan
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik ben ontstaan jij bent ontstaan hij is ontstaan wij zijn ontstaan jullie zijn ontstaan zij zijn ontstaan
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik ontstond jij ontstond hij ontstond wij ontstonden jullie ontstonden zij ontstonden
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik was ontstaan jij was ontstaan hij was ontstaan wij waren ontstaan jullie waren ontstaan zij waren ontstaan
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal ontstaan jij zult ontstaan hij zal ontstaan wij zullen ontstaan jullie zullen ontstaan zij zullen ontstaan
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal ontstaan zijn jij zult ontstaan zijn hij zal ontstaan zijn wij zullen ontstaan zijn jullie zullen ontstaan zijn zij zullen ontstaan zijn
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou ontstaan jij zou ontstaan hij zou ontstaan wij zouden ontstaan jullie zouden ontstaan zij zouden ontstaan
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou ontstaan zijn jij zou ontstaan zijn hij zou ontstaan zijn wij zouden ontstaan zijn jullie zouden ontstaan zijn zij zouden ontstaan zijn
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
ontsta
|