NL: ontslapenSynoniemen: dood, overleden, overlijden, verscheiden, sterven, inslapen, heengaan, doodgaan
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
ontslapen
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik ontslaap jij ontslaapt hij ontslaapt wij ontslapen jullie ontslapen zij ontslapen
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb ontslapen jij hebt ontslapen hij heeft ontslapen wij hebben ontslapen jullie hebben ontslapen zij hebben ontslapen
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik ontsliep jij ontsliep hij ontsliep wij ontsliepen jullie ontsliepen zij ontsliepen
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had ontslapen jij had ontslapen hij had ontslapen wij hadden ontslapen jullie hadden ontslapen zij hadden ontslapen
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal ontslapen jij zult ontslapen hij zal ontslapen wij zullen ontslapen jullie zullen ontslapen zij zullen ontslapen
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal ontslapen hebben jij zult ontslapen hebben hij zal ontslapen hebben wij zullen ontslapen hebben jullie zullen ontslapen hebben zij zullen ontslapen hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou ontslapen jij zou ontslapen hij zou ontslapen wij zouden ontslapen jullie zouden ontslapen zij zouden ontslapen
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou ontslapen hebben jij zou ontslapen hebben hij zou ontslapen hebben wij zouden ontslapen hebben jullie zouden ontslapen hebben zij zouden ontslapen hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
ontslaap
|