NL: ontruimenSynoniemen: evacueren, leegruimen
DE: ontruimen (evacueren): evakuieren, ausräumen, entfernen, beseitigen, räumen, wegschaffen, fortschaffen
EN: ontruimen (evacueren): evacuate
ES: ontruimen (evacueren): desalojar, evacuar
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
ontruimd
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik ontruim jij ontruimt hij ontruimt wij ontruimen jullie ontruimen zij ontruimen
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb ontruimd jij hebt ontruimd hij heeft ontruimd wij hebben ontruimd jullie hebben ontruimd zij hebben ontruimd
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik ontruimde jij ontruimde hij ontruimde wij ontruimden jullie ontruimden zij ontruimden
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had ontruimd jij had ontruimd hij had ontruimd wij hadden ontruimd jullie hadden ontruimd zij hadden ontruimd
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal ontruimen jij zult ontruimen hij zal ontruimen wij zullen ontruimen jullie zullen ontruimen zij zullen ontruimen
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal ontruimd hebben jij zult ontruimd hebben hij zal ontruimd hebben wij zullen ontruimd hebben jullie zullen ontruimd hebben zij zullen ontruimd hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou ontruimen jij zou ontruimen hij zou ontruimen wij zouden ontruimen jullie zouden ontruimen zij zouden ontruimen
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou ontruimd hebben jij zou ontruimd hebben hij zou ontruimd hebben wij zouden ontruimd hebben jullie zouden ontruimd hebben zij zouden ontruimd hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
ontruim
|