NL: ontraadselenSynoniemen: achterhalen, ontcijferen, oplossen, ontwarren, ontrafelen, ontknopen, uitzoeken, uitvezelen, uitrafelen, uitpluizen
ES: ontraadselen (oplossen): resolver, solucionar, disolver, desleír, descifrar, disolverse, desenredar, desembrollar, desenmarañar
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
ontraadseld
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik ontraadsel jij ontraadselt hij ontraadselt wij ontraadselen jullie ontraadselen zij ontraadselen
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb ontraadseld jij hebt ontraadseld hij heeft ontraadseld wij hebben ontraadseld jullie hebben ontraadseld zij hebben ontraadseld
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik ontraadselde jij ontraadselde hij ontraadselde wij ontraadselden jullie ontraadselden zij ontraadselden
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had ontraadseld jij had ontraadseld hij had ontraadseld wij hadden ontraadseld jullie hadden ontraadseld zij hadden ontraadseld
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal ontraadselen jij zult ontraadselen hij zal ontraadselen wij zullen ontraadselen jullie zullen ontraadselen zij zullen ontraadselen
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal ontraadseld hebben jij zult ontraadseld hebben hij zal ontraadseld hebben wij zullen ontraadseld hebben jullie zullen ontraadseld hebben zij zullen ontraadseld hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou ontraadselen jij zou ontraadselen hij zou ontraadselen wij zouden ontraadselen jullie zouden ontraadselen zij zouden ontraadselen
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou ontraadseld hebben jij zou ontraadseld hebben hij zou ontraadseld hebben wij zouden ontraadseld hebben jullie zouden ontraadseld hebben zij zouden ontraadseld hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
ontraadsel
|