NL: ontnuchterenEN: ontnuchteren (nuchter worden): sober up
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
ontnuchterd
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik ontnuchter jij ontnuchtert hij ontnuchtert wij ontnuchteren jullie ontnuchteren zij ontnuchteren
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb ontnuchterd jij hebt ontnuchterd hij heeft ontnuchterd wij hebben ontnuchterd jullie hebben ontnuchterd zij hebben ontnuchterd
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik ontnuchterde jij ontnuchterde hij ontnuchterde wij ontnuchterden jullie ontnuchterden zij ontnuchterden
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had ontnuchterd jij had ontnuchterd hij had ontnuchterd wij hadden ontnuchterd jullie hadden ontnuchterd zij hadden ontnuchterd
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal ontnuchteren jij zult ontnuchteren hij zal ontnuchteren wij zullen ontnuchteren jullie zullen ontnuchteren zij zullen ontnuchteren
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal ontnuchterd hebben jij zult ontnuchterd hebben hij zal ontnuchterd hebben wij zullen ontnuchterd hebben jullie zullen ontnuchterd hebben zij zullen ontnuchterd hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou ontnuchteren jij zou ontnuchteren hij zou ontnuchteren wij zouden ontnuchteren jullie zouden ontnuchteren zij zouden ontnuchteren
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou ontnuchterd hebben jij zou ontnuchterd hebben hij zou ontnuchterd hebben wij zouden ontnuchterd hebben jullie zouden ontnuchterd hebben zij zouden ontnuchterd hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
ontnuchter
|