NL: ontmoedigenSynoniemen: demoraliseren, mishagen, afwijzen, afstoten
DE: entmutigen, demoralisieren
EN: discourage, demoralize
ES: desanimar
FR: décourager
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
ontmoedigd
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik ontmoedig jij ontmoedigt hij ontmoedigt wij ontmoedigen jullie ontmoedigen zij ontmoedigen
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb ontmoedigd jij hebt ontmoedigd hij heeft ontmoedigd wij hebben ontmoedigd jullie hebben ontmoedigd zij hebben ontmoedigd
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik ontmoedigde jij ontmoedigde hij ontmoedigde wij ontmoedigden jullie ontmoedigden zij ontmoedigden
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had ontmoedigd jij had ontmoedigd hij had ontmoedigd wij hadden ontmoedigd jullie hadden ontmoedigd zij hadden ontmoedigd
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal ontmoedigen jij zult ontmoedigen hij zal ontmoedigen wij zullen ontmoedigen jullie zullen ontmoedigen zij zullen ontmoedigen
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal ontmoedigd hebben jij zult ontmoedigd hebben hij zal ontmoedigd hebben wij zullen ontmoedigd hebben jullie zullen ontmoedigd hebben zij zullen ontmoedigd hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou ontmoedigen jij zou ontmoedigen hij zou ontmoedigen wij zouden ontmoedigen jullie zouden ontmoedigen zij zouden ontmoedigen
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou ontmoedigd hebben jij zou ontmoedigd hebben hij zou ontmoedigd hebben wij zouden ontmoedigd hebben jullie zouden ontmoedigd hebben zij zouden ontmoedigd hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
ontmoedig
|