NL: ontlenenSynoniemen: aanhalen, lenen, overnemen, putten
DE: leihen, entlehnen, ziehen, entnehmen, erreichen, treiben, borgen, heranziehen, schaffen, holen, abheben, schöpfen, ausschöpfen, ausnehmen, andrehen
EN: derive, draw
ES: tomar de, prestar, dejar prestado, deber, sacar de, extraer
FR: tirer de, extraire
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
ontleend
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik ontleen jij ontleent hij ontleent wij ontlenen jullie ontlenen zij ontlenen
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb ontleend jij hebt ontleend hij heeft ontleend wij hebben ontleend jullie hebben ontleend zij hebben ontleend
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik ontleende jij ontleende hij ontleende wij ontleenden jullie ontleenden zij ontleenden
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had ontleend jij had ontleend hij had ontleend wij hadden ontleend jullie hadden ontleend zij hadden ontleend
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal ontlenen jij zult ontlenen hij zal ontlenen wij zullen ontlenen jullie zullen ontlenen zij zullen ontlenen
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal ontleend hebben jij zult ontleend hebben hij zal ontleend hebben wij zullen ontleend hebben jullie zullen ontleend hebben zij zullen ontleend hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou ontlenen jij zou ontlenen hij zou ontlenen wij zouden ontlenen jullie zouden ontlenen zij zouden ontlenen
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou ontleend hebben jij zou ontleend hebben hij zou ontleend hebben wij zouden ontleend hebben jullie zouden ontleend hebben zij zouden ontleend hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
ontleen
|