NL: ontladenSynoniemen: lossen, afladen
EN: ontladen (iets uitladen): discharge, offload
ES: ontladen (iets uitladen): descargar, descargarse
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
ontladen
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik ontlaad jij ontlaadt hij ontlaadt wij ontladen jullie ontladen zij ontladen
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb ontladen jij hebt ontladen hij heeft ontladen wij hebben ontladen jullie hebben ontladen zij hebben ontladen
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik ontlaadde jij ontlaadde hij ontlaadde wij ontlaadden jullie ontlaadden zij ontlaadden
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had ontladen jij had ontladen hij had ontladen wij hadden ontladen jullie hadden ontladen zij hadden ontladen
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal ontladen jij zult ontladen hij zal ontladen wij zullen ontladen jullie zullen ontladen zij zullen ontladen
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal ontladen hebben jij zult ontladen hebben hij zal ontladen hebben wij zullen ontladen hebben jullie zullen ontladen hebben zij zullen ontladen hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou ontladen jij zou ontladen hij zou ontladen wij zouden ontladen jullie zouden ontladen zij zouden ontladen
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou ontladen hebben jij zou ontladen hebben hij zou ontladen hebben wij zouden ontladen hebben jullie zouden ontladen hebben zij zouden ontladen hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
ontlaad
|