NL: ontketenenSynoniemen: doen losbarsten, teweegbrengen
DE: auslösen, entfesseln
EN: unchain
ES: desencadenar, desatar
FR: déclencher, déchaîner
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
ontketend
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik ontketen jij ontketent hij ontketent wij ontketenen jullie ontketenen zij ontketenen
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb ontketend jij hebt ontketend hij heeft ontketend wij hebben ontketend jullie hebben ontketend zij hebben ontketend
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik ontketende jij ontketende hij ontketende wij ontketenden jullie ontketenden zij ontketenden
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had ontketend jij had ontketend hij had ontketend wij hadden ontketend jullie hadden ontketend zij hadden ontketend
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal ontketenen jij zult ontketenen hij zal ontketenen wij zullen ontketenen jullie zullen ontketenen zij zullen ontketenen
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal ontketend hebben jij zult ontketend hebben hij zal ontketend hebben wij zullen ontketend hebben jullie zullen ontketend hebben zij zullen ontketend hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou ontketenen jij zou ontketenen hij zou ontketenen wij zouden ontketenen jullie zouden ontketenen zij zouden ontketenen
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou ontketend hebben jij zou ontketend hebben hij zou ontketend hebben wij zouden ontketend hebben jullie zouden ontketend hebben zij zouden ontketend hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
ontketen
|