NL: onthalenSynoniemen: binnenhalen, ontvangen, trakteren, uitpakken, vergasten, vrijhouden
DE: empfangen, einladen, bewirten
EN: welcome, regale, entertain
ES: recibir, acoger
FR: accueillir, recevoir, régaler de
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
onthaald
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik onthaal jij onthaalt hij onthaalt wij onthalen jullie onthalen zij onthalen
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb onthaald jij hebt onthaald hij heeft onthaald wij hebben onthaald jullie hebben onthaald zij hebben onthaald
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik onthaalde jij onthaalde hij onthaalde wij onthaalden jullie onthaalden zij onthaalden
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had onthaald jij had onthaald hij had onthaald wij hadden onthaald jullie hadden onthaald zij hadden onthaald
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal onthalen jij zult onthalen hij zal onthalen wij zullen onthalen jullie zullen onthalen zij zullen onthalen
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal onthaald hebben jij zult onthaald hebben hij zal onthaald hebben wij zullen onthaald hebben jullie zullen onthaald hebben zij zullen onthaald hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou onthalen jij zou onthalen hij zou onthalen wij zouden onthalen jullie zouden onthalen zij zouden onthalen
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou onthaald hebben jij zou onthaald hebben hij zou onthaald hebben wij zouden onthaald hebben jullie zouden onthaald hebben zij zouden onthaald hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
onthaal
|