NL: ontginnenEN: ontginnen (geschikt maken voor bebouwing): develop
ES: ontginnen (geschikt maken voor bebouwing): desarrollar, cultivar, evolucionar, roturar
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
ontgonnen
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik ontgin jij ontgint hij ontgint wij ontginnen jullie ontginnen zij ontginnen
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb ontgonnen jij hebt ontgonnen hij heeft ontgonnen wij hebben ontgonnen jullie hebben ontgonnen zij hebben ontgonnen
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik ontgon jij ontgon hij ontgon wij ontgonnen jullie ontgonnen zij ontgonnen
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had ontgonnen jij had ontgonnen hij had ontgonnen wij hadden ontgonnen jullie hadden ontgonnen zij hadden ontgonnen
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal ontginnen jij zult ontginnen hij zal ontginnen wij zullen ontginnen jullie zullen ontginnen zij zullen ontginnen
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal ontgonnen hebben jij zult ontgonnen hebben hij zal ontgonnen hebben wij zullen ontgonnen hebben jullie zullen ontgonnen hebben zij zullen ontgonnen hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou ontginnen jij zou ontginnen hij zou ontginnen wij zouden ontginnen jullie zouden ontginnen zij zouden ontginnen
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou ontgonnen hebben jij zou ontgonnen hebben hij zou ontgonnen hebben wij zouden ontgonnen hebben jullie zouden ontgonnen hebben zij zouden ontgonnen hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
ontgin
|