Synoniemen

NL | DE | EN | ES | FR

Werkwoorden

Werkwoorden vervoegen

ontfutselen vervoegen

Vul een werkwoord of werkwoordsvorm in van een Nederlands, Duits,
Engels, Frans of Spaans werkwoord.
Bv: denken, dacht, sms'en, sein, have, avoir, être, aller, hablar





NL: ontfutselen
Synoniemen: afnemen, aftroggelen, bemachtigen, inpikken, nemen, stelen, pikken, grissen, gappen, bietsen, afpakken

EN: ontfutselen (inpikken): snatch, wheedle, obtain by begging, cuddle, pilfer, cajole, cadge, coax, pinch
ES: ontfutselen (inpikken): mangar, robar, birlar
FR: ontfutselen (inpikken): piquer, piller, faucher, rafler, chiper, subtiliser

U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)

Voltooid deelwoord
Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen`
ontfutseld
Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott)
Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt.
ik ontfutsel
jij ontfutselt
hij ontfutselt
wij ontfutselen
jullie ontfutselen
zij ontfutselen
Voltooid tegenwoordige tijd (vtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn.
ik heb ontfutseld
jij hebt ontfutseld
hij heeft ontfutseld
wij hebben ontfutseld
jullie hebben ontfutseld
zij hebben ontfutseld
Onvoltooid verleden tijd (ovt)
Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is.
ik ontfutselde
jij ontfutselde
hij ontfutselde
wij ontfutselden
jullie ontfutselden
zij ontfutselden
Voltooid verleden tijd (vvt)
wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren.
ik had ontfutseld
jij had ontfutseld
hij had ontfutseld
wij hadden ontfutseld
jullie hadden ontfutseld
zij hadden ontfutseld
Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt)
Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden.
ik zal ontfutselen
jij zult ontfutselen
hij zal ontfutselen
wij zullen ontfutselen
jullie zullen ontfutselen
zij zullen ontfutselen
Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn.
ik zal ontfutseld hebben
jij zult ontfutseld hebben
hij zal ontfutseld hebben
wij zullen ontfutseld hebben
jullie zullen ontfutseld hebben
zij zullen ontfutseld hebben
Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden.
ik zou ontfutselen
jij zou ontfutselen
hij zou ontfutselen
wij zouden ontfutselen
jullie zouden ontfutselen
zij zouden ontfutselen
Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn.
ik zou ontfutseld hebben
jij zou ontfutseld hebben
hij zou ontfutseld hebben
wij zouden ontfutseld hebben
jullie zouden ontfutseld hebben
zij zouden ontfutseld hebben
Gebiedende wijs
bv. `Ga weg!`
ontfutsel

Directe link naar deze pagina:

http://www.mijnwoordenboek.nl/werkwoord/ontfutselen

Werkwoorden A tot (en met) Z



Nederlandse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Duitse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Engelse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Franse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Spaanse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z



© Mijnwoordenboek MMXII | Contact | Privacy | Vaakst vertaald | In English