NL: onteigenenEN: expropriate, dispossess, disown
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
onteigend
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik onteigen jij onteigent hij onteigent wij onteigenen jullie onteigenen zij onteigenen
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb onteigend jij hebt onteigend hij heeft onteigend wij hebben onteigend jullie hebben onteigend zij hebben onteigend
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik onteigende jij onteigende hij onteigende wij onteigenden jullie onteigenden zij onteigenden
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had onteigend jij had onteigend hij had onteigend wij hadden onteigend jullie hadden onteigend zij hadden onteigend
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal onteigenen jij zult onteigenen hij zal onteigenen wij zullen onteigenen jullie zullen onteigenen zij zullen onteigenen
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal onteigend hebben jij zult onteigend hebben hij zal onteigend hebben wij zullen onteigend hebben jullie zullen onteigend hebben zij zullen onteigend hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou onteigenen jij zou onteigenen hij zou onteigenen wij zouden onteigenen jullie zouden onteigenen zij zouden onteigenen
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou onteigend hebben jij zou onteigend hebben hij zou onteigend hebben wij zouden onteigend hebben jullie zouden onteigend hebben zij zouden onteigend hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
onteigen
|