NL: ontblotenDE: entblößen, aufdecken, enthüllen, freilegen, auskleiden, bloßlegen, offen hinlegen
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
ontbloot
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik ontbloot jij ontbloot hij ontbloot wij ontbloten jullie ontbloten zij ontbloten
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb ontbloot jij hebt ontbloot hij heeft ontbloot wij hebben ontbloot jullie hebben ontbloot zij hebben ontbloot
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik ontblootte jij ontblootte hij ontblootte wij ontblootten jullie ontblootten zij ontblootten
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had ontbloot jij had ontbloot hij had ontbloot wij hadden ontbloot jullie hadden ontbloot zij hadden ontbloot
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal ontbloten jij zult ontbloten hij zal ontbloten wij zullen ontbloten jullie zullen ontbloten zij zullen ontbloten
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal ontbloot hebben jij zult ontbloot hebben hij zal ontbloot hebben wij zullen ontbloot hebben jullie zullen ontbloot hebben zij zullen ontbloot hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou ontbloten jij zou ontbloten hij zou ontbloten wij zouden ontbloten jullie zouden ontbloten zij zouden ontbloten
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou ontbloot hebben jij zou ontbloot hebben hij zou ontbloot hebben wij zouden ontbloot hebben jullie zouden ontbloot hebben zij zouden ontbloot hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
ontbloot
|