NL: ontaardenSynoniemen: achteruitgaan, degenereren, verworden, verderven, gedegenereerden
DE: zurückgehen, ausarten, heruntermachen, entarten, verleiden, abarten, zurücklaufen, aus der Art schlagen
EN: degenerate, corrupt, deprave, run wild
FR: se corrompre, dégénérer, s'abâtardir
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
ontaard
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik ontaard jij ontaardt hij ontaardt wij ontaarden jullie ontaarden zij ontaarden
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb ontaard jij hebt ontaard hij heeft ontaard wij hebben ontaard jullie hebben ontaard zij hebben ontaard
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik ontaardde jij ontaardde hij ontaardde wij ontaardden jullie ontaardden zij ontaardden
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had ontaard jij had ontaard hij had ontaard wij hadden ontaard jullie hadden ontaard zij hadden ontaard
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal ontaarden jij zult ontaarden hij zal ontaarden wij zullen ontaarden jullie zullen ontaarden zij zullen ontaarden
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal ontaard hebben jij zult ontaard hebben hij zal ontaard hebben wij zullen ontaard hebben jullie zullen ontaard hebben zij zullen ontaard hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou ontaarden jij zou ontaarden hij zou ontaarden wij zouden ontaarden jullie zouden ontaarden zij zouden ontaarden
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou ontaard hebben jij zou ontaard hebben hij zou ontaard hebben wij zouden ontaard hebben jullie zouden ontaard hebben zij zouden ontaard hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
ontaard
|