NL: onderzoekenSynoniemen: analyseren, beproeven, fouilleren, onderzocht, verkennen, vorsen, bepalen, nasporen, naspeuren, testen, keuren, speuren, aftasten
DE: untersuchen, forschen, ausforschen
EN: research, investigate, study
ES: investigar, averiguar, comprobar, controlar, rastrear
FR: rechercher, faire des recherches, vérifier, inspecter, examiner, chercher, étudier, ouvrir une enquête
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
onderzocht
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik onderzoek jij onderzoekt hij onderzoekt wij onderzoeken jullie onderzoeken zij onderzoeken
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb onderzocht jij hebt onderzocht hij heeft onderzocht wij hebben onderzocht jullie hebben onderzocht zij hebben onderzocht
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik onderzocht jij onderzocht hij onderzocht wij onderzochten jullie onderzochten zij onderzochten
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had onderzocht jij had onderzocht hij had onderzocht wij hadden onderzocht jullie hadden onderzocht zij hadden onderzocht
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal onderzoeken jij zult onderzoeken hij zal onderzoeken wij zullen onderzoeken jullie zullen onderzoeken zij zullen onderzoeken
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal onderzocht hebben jij zult onderzocht hebben hij zal onderzocht hebben wij zullen onderzocht hebben jullie zullen onderzocht hebben zij zullen onderzocht hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou onderzoeken jij zou onderzoeken hij zou onderzoeken wij zouden onderzoeken jullie zouden onderzoeken zij zouden onderzoeken
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou onderzocht hebben jij zou onderzocht hebben hij zou onderzocht hebben wij zouden onderzocht hebben jullie zouden onderzocht hebben zij zouden onderzocht hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
onderzoek
|