NL: ondersneeuwenDE: einschneien
EN: be snowed under, snowed in
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
ondergesneeuwd
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik sneeuw onder jij sneeuwt onder hij sneeuwt onder wij sneeuwen onder jullie sneeuwen onder zij sneeuwen onder
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb ondergesneeuwd jij hebt ondergesneeuwd hij heeft ondergesneeuwd wij hebben ondergesneeuwd jullie hebben ondergesneeuwd zij hebben ondergesneeuwd
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik sneeuwde onder jij sneeuwde onder hij sneeuwde onder wij sneeuwden onder jullie sneeuwden onder zij sneeuwden onder
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had ondergesneeuwd jij had ondergesneeuwd hij had ondergesneeuwd wij hadden ondergesneeuwd jullie hadden ondergesneeuwd zij hadden ondergesneeuwd
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal ondersneeuwen jij zult ondersneeuwen hij zal ondersneeuwen wij zullen ondersneeuwen jullie zullen ondersneeuwen zij zullen ondersneeuwen
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal ondergesneeuwd hebben jij zult ondergesneeuwd hebben hij zal ondergesneeuwd hebben wij zullen ondergesneeuwd hebben jullie zullen ondergesneeuwd hebben zij zullen ondergesneeuwd hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou ondersneeuwen jij zou ondersneeuwen hij zou ondersneeuwen wij zouden ondersneeuwen jullie zouden ondersneeuwen zij zouden ondersneeuwen
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou ondergesneeuwd hebben jij zou ondergesneeuwd hebben hij zou ondergesneeuwd hebben wij zouden ondergesneeuwd hebben jullie zouden ondergesneeuwd hebben zij zouden ondergesneeuwd hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
sneeuw onder
|