NL: onderschrijvenSynoniemen: beamen, erkennen, ondertekenen, staven, bevestigen
DE: onderschrijven (beamen): bejahen, beipflichten
EN: onderschrijven (beamen): confirm, endorse, assent to
ES: onderschrijven (beamen): confirmar, reconocer, admitir, conceder, consentir, adherirse, asentir a, acceder, suscribir
FR: onderschrijven (beamen): confirmer, approuver, souscire à, adhérer à, consentir
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
onderschreven
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik onderschrijf jij onderschrijft hij onderschrijft wij onderschrijven jullie onderschrijven zij onderschrijven
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb onderschreven jij hebt onderschreven hij heeft onderschreven wij hebben onderschreven jullie hebben onderschreven zij hebben onderschreven
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik onderschreef jij onderschreef hij onderschreef wij onderschreven jullie onderschreven zij onderschreven
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had onderschreven jij had onderschreven hij had onderschreven wij hadden onderschreven jullie hadden onderschreven zij hadden onderschreven
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal onderschrijven jij zult onderschrijven hij zal onderschrijven wij zullen onderschrijven jullie zullen onderschrijven zij zullen onderschrijven
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal onderschreven hebben jij zult onderschreven hebben hij zal onderschreven hebben wij zullen onderschreven hebben jullie zullen onderschreven hebben zij zullen onderschreven hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou onderschrijven jij zou onderschrijven hij zou onderschrijven wij zouden onderschrijven jullie zouden onderschrijven zij zouden onderschrijven
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou onderschreven hebben jij zou onderschreven hebben hij zou onderschreven hebben wij zouden onderschreven hebben jullie zouden onderschreven hebben zij zouden onderschreven hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
onderschrijf
|