NL: ondergaanSynoniemen: doorstaan, verdwijnen, velen, uitstaan, tolereren, toelaten, pikken, lijden, dulden, aanzien, bezwijken, zinken
DE: ondergaan (onder water gaan): untergehen, einsinken, sinken, versinken, einstürzen, herunterrutschen, fallen, senken, versenken, sickern, umkommen, sichsenken
EN: ondergaan (onder water gaan): undergo, sink, perish, suffer, set
ES: ondergaan (onder water gaan): sucumbir, desaparecer bajo u.c.
FR: ondergaan (onder water gaan): couler, sombrer, s'effoncer dans l'eau
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
ondergegaan
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik ga onder jij gaat onder hij gaat onder wij gaan onder jullie gaan onder zij gaan onder
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik ben ondergegaan jij bent ondergegaan hij is ondergegaan wij zijn ondergegaan jullie zijn ondergegaan zij zijn ondergegaan
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik ging onder jij ging onder hij ging onder wij gingen onder jullie gingen onder zij gingen onder
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik was ondergegaan jij was ondergegaan hij was ondergegaan wij waren ondergegaan jullie waren ondergegaan zij waren ondergegaan
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal ondergaan jij zult ondergaan hij zal ondergaan wij zullen ondergaan jullie zullen ondergaan zij zullen ondergaan
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal ondergegaan zijn jij zult ondergegaan zijn hij zal ondergegaan zijn wij zullen ondergegaan zijn jullie zullen ondergegaan zijn zij zullen ondergegaan zijn
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou ondergaan jij zou ondergaan hij zou ondergaan wij zouden ondergaan jullie zouden ondergaan zij zouden ondergaan
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou ondergegaan zijn jij zou ondergegaan zijn hij zou ondergegaan zijn wij zouden ondergegaan zijn jullie zouden ondergegaan zijn zij zouden ondergegaan zijn
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
ga onder
|