NL: onderbrekenSynoniemen: afbreken, onderbreking, interrumperen, verbreken
DE: onderbreken (doen ophouden): unterbrechen, beeinträchtigen, stören, hindern
EN: onderbreken (doen ophouden): hamper, impede, obstruct, stonewall, hinder
ES: onderbreken (doen ophouden): interrumpir, cortar, hacer parar
FR: onderbreken (doen ophouden): interrompre, obstruer, bloquer, faire arrêter
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
onderbroken
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik onderbreek jij onderbreekt hij onderbreekt wij onderbreken jullie onderbreken zij onderbreken
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb onderbroken jij hebt onderbroken hij heeft onderbroken wij hebben onderbroken jullie hebben onderbroken zij hebben onderbroken
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik onderbrak jij onderbrak hij onderbrak wij onderbraken jullie onderbraken zij onderbraken
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had onderbroken jij had onderbroken hij had onderbroken wij hadden onderbroken jullie hadden onderbroken zij hadden onderbroken
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal onderbreken jij zult onderbreken hij zal onderbreken wij zullen onderbreken jullie zullen onderbreken zij zullen onderbreken
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal onderbroken hebben jij zult onderbroken hebben hij zal onderbroken hebben wij zullen onderbroken hebben jullie zullen onderbroken hebben zij zullen onderbroken hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou onderbreken jij zou onderbreken hij zou onderbreken wij zouden onderbreken jullie zouden onderbreken zij zouden onderbreken
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou onderbroken hebben jij zou onderbroken hebben hij zou onderbroken hebben wij zouden onderbroken hebben jullie zouden onderbroken hebben zij zouden onderbroken hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
onderbreek
|