NL: omvattenSynoniemen: behelzen, omsluiten, omvat
DE: umfassen
EN: comprise, enclose, encapsulate, include
ES: incluir, cubrir, encerrar, comprender, contener, abarcar, envolver, dominar, acorralar, ceñir, englobar, comprimir, encapsular, contornear
FR: contenir, comprendre, enfermer
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
omvat
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik omvat jij omvat hij omvat wij omvatten jullie omvatten zij omvatten
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb omvat jij hebt omvat hij heeft omvat wij hebben omvat jullie hebben omvat zij hebben omvat
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik omvatte jij omvatte hij omvatte wij omvatten jullie omvatten zij omvatten
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had omvat jij had omvat hij had omvat wij hadden omvat jullie hadden omvat zij hadden omvat
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal omvatten jij zult omvatten hij zal omvatten wij zullen omvatten jullie zullen omvatten zij zullen omvatten
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal omvat hebben jij zult omvat hebben hij zal omvat hebben wij zullen omvat hebben jullie zullen omvat hebben zij zullen omvat hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou omvatten jij zou omvatten hij zou omvatten wij zouden omvatten jullie zouden omvatten zij zouden omvatten
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou omvat hebben jij zou omvat hebben hij zou omvat hebben wij zouden omvat hebben jullie zouden omvat hebben zij zouden omvat hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
omvat
|