Synoniemen

NL | DE | EN | ES | FR

Werkwoorden

Werkwoorden vervoegen

omslaan vervoegen

Vul een werkwoord of werkwoordsvorm in van een Nederlands, Duits,
Engels, Frans of Spaans werkwoord.
Bv: denken, dacht, sms'en, sein, have, avoir, être, aller, hablar





NL: omslaan
Synoniemen: kantelen, neerslaan, ombladeren, ombuigen, omdoen, omverwerpen, veranderen, verdelen, vloeren, onderuithalen, omkeren

DE: omslaan (iemand neerslaan): umschlagen, hinabstürzen, niederfallen, zu Boden schlagen
EN: omslaan (iemand neerslaan): knock down, fall down, strike down
ES: omslaan (iemand neerslaan): hacerle caer a uno con un golpe
FR: omslaan (iemand neerslaan): faire tomber, abattre qn, culbuter qn, rabattre qn, basculer qn

U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)

Voltooid deelwoord
Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen`
omgeslagen
Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott)
Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt.
ik sla om
jij slaat om
hij slaat om
wij slaan om
jullie slaan om
zij slaan om
Voltooid tegenwoordige tijd (vtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn.
ik heb omgeslagen
jij hebt omgeslagen
hij heeft omgeslagen
wij hebben omgeslagen
jullie hebben omgeslagen
zij hebben omgeslagen
Onvoltooid verleden tijd (ovt)
Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is.
ik sloeg om
jij sloeg om
hij sloeg om
wij sloegen om
jullie sloegen om
zij sloegen om
Voltooid verleden tijd (vvt)
wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren.
ik had omgeslagen
jij had omgeslagen
hij had omgeslagen
wij hadden omgeslagen
jullie hadden omgeslagen
zij hadden omgeslagen
Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt)
Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden.
ik zal omslaan
jij zult omslaan
hij zal omslaan
wij zullen omslaan
jullie zullen omslaan
zij zullen omslaan
Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn.
ik zal omgeslagen hebben
jij zult omgeslagen hebben
hij zal omgeslagen hebben
wij zullen omgeslagen hebben
jullie zullen omgeslagen hebben
zij zullen omgeslagen hebben
Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden.
ik zou omslaan
jij zou omslaan
hij zou omslaan
wij zouden omslaan
jullie zouden omslaan
zij zouden omslaan
Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn.
ik zou omgeslagen hebben
jij zou omgeslagen hebben
hij zou omgeslagen hebben
wij zouden omgeslagen hebben
jullie zouden omgeslagen hebben
zij zouden omgeslagen hebben
Gebiedende wijs
bv. `Ga weg!`
sla om

Directe link naar deze pagina:

http://www.mijnwoordenboek.nl/werkwoord/omslaan

Werkwoorden A tot (en met) Z



Nederlandse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Duitse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Engelse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Franse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Spaanse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z



© Mijnwoordenboek MMXII | Contact | Privacy | Vaakst vertaald | In English