NL: omschrijvenSynoniemen: afbakenen, bepalen, beschrijven, definiëren, schetsen, afschilderen
DE: omschrijven (beschrijven): beschreiben, umschreiben, darstellen, skizzieren, entwerfen, schildern, abbilden
EN: omschrijven (beschrijven): describe, sketch, outline
ES: omschrijven (beschrijven): describir, definir, detallar, explicar, hacer un boceto, escribir en
FR: omschrijven (beschrijven): décrire, écrire, croquer, ébaucher, dépeindre, esquisser
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
omschreven
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik omschrijf jij omschrijft hij omschrijft wij omschrijven jullie omschrijven zij omschrijven
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb omschreven jij hebt omschreven hij heeft omschreven wij hebben omschreven jullie hebben omschreven zij hebben omschreven
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik omschreef jij omschreef hij omschreef wij omschreven jullie omschreven zij omschreven
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had omschreven jij had omschreven hij had omschreven wij hadden omschreven jullie hadden omschreven zij hadden omschreven
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal omschrijven jij zult omschrijven hij zal omschrijven wij zullen omschrijven jullie zullen omschrijven zij zullen omschrijven
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal omschreven hebben jij zult omschreven hebben hij zal omschreven hebben wij zullen omschreven hebben jullie zullen omschreven hebben zij zullen omschreven hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou omschrijven jij zou omschrijven hij zou omschrijven wij zouden omschrijven jullie zouden omschrijven zij zouden omschrijven
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou omschreven hebben jij zou omschreven hebben hij zou omschreven hebben wij zouden omschreven hebben jullie zouden omschreven hebben zij zouden omschreven hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
omschrijf
|