Synoniemen

NL | DE | EN | ES | FR

Werkwoorden

Werkwoorden vervoegen

omruilen vervoegen

Vul een werkwoord of werkwoordsvorm in van een Nederlands, Duits,
Engels, Frans of Spaans werkwoord.
Bv: denken, dacht, sms'en, sein, have, avoir, être, aller, hablar





NL: omruilen
Synoniemen: inwisselen, omwisselen, ruilen, verwisselen, wisselen, verruilen

DE: umtauschen, tauschen, eintauschen, einwechseln
EN: swap, exchange, change, switch, trade in, barter
ES: cambiar
FR: échanger, confondre, troquer, renvoyer, modifier, changer, annuler, transformer, varier, embarrasser

U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)

Voltooid deelwoord
Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen`
omgeruild
Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott)
Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt.
ik ruil om
jij ruilt om
hij ruilt om
wij ruilen om
jullie ruilen om
zij ruilen om
Voltooid tegenwoordige tijd (vtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn.
ik heb omgeruild
jij hebt omgeruild
hij heeft omgeruild
wij hebben omgeruild
jullie hebben omgeruild
zij hebben omgeruild
Onvoltooid verleden tijd (ovt)
Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is.
ik ruilde om
jij ruilde om
hij ruilde om
wij ruilden om
jullie ruilden om
zij ruilden om
Voltooid verleden tijd (vvt)
wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren.
ik had omgeruild
jij had omgeruild
hij had omgeruild
wij hadden omgeruild
jullie hadden omgeruild
zij hadden omgeruild
Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt)
Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden.
ik zal omruilen
jij zult omruilen
hij zal omruilen
wij zullen omruilen
jullie zullen omruilen
zij zullen omruilen
Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn.
ik zal omgeruild hebben
jij zult omgeruild hebben
hij zal omgeruild hebben
wij zullen omgeruild hebben
jullie zullen omgeruild hebben
zij zullen omgeruild hebben
Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden.
ik zou omruilen
jij zou omruilen
hij zou omruilen
wij zouden omruilen
jullie zouden omruilen
zij zouden omruilen
Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn.
ik zou omgeruild hebben
jij zou omgeruild hebben
hij zou omgeruild hebben
wij zouden omgeruild hebben
jullie zouden omgeruild hebben
zij zouden omgeruild hebben
Gebiedende wijs
bv. `Ga weg!`
ruil om

Directe link naar deze pagina:

http://www.mijnwoordenboek.nl/werkwoord/omruilen

Werkwoorden A tot (en met) Z



Nederlandse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Duitse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Engelse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Franse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Spaanse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z



© Mijnwoordenboek MMXII | Contact | Privacy | Vaakst vertaald | In English