NL: omlijnenSynoniemen: afpalen, begrenzen, preciseren, afzetten, afbakenen
DE: omlijnen (afpalen): abgrenzen, einzäunen, begrenzen, prellen, umzäunen, einhegen, neppen, festlegen, abstecken, trassieren, übervorteilen, abzäunen
EN: omlijnen (afpalen): outline, demarcate, fence off, mark out, clearly define, define, fence in, fence, trace out, map out
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
omlijnd
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik omlijn jij omlijnt hij omlijnt wij omlijnen jullie omlijnen zij omlijnen
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb omlijnd jij hebt omlijnd hij heeft omlijnd wij hebben omlijnd jullie hebben omlijnd zij hebben omlijnd
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik omlijnde jij omlijnde hij omlijnde wij omlijnden jullie omlijnden zij omlijnden
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had omlijnd jij had omlijnd hij had omlijnd wij hadden omlijnd jullie hadden omlijnd zij hadden omlijnd
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal omlijnen jij zult omlijnen hij zal omlijnen wij zullen omlijnen jullie zullen omlijnen zij zullen omlijnen
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal omlijnd hebben jij zult omlijnd hebben hij zal omlijnd hebben wij zullen omlijnd hebben jullie zullen omlijnd hebben zij zullen omlijnd hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou omlijnen jij zou omlijnen hij zou omlijnen wij zouden omlijnen jullie zouden omlijnen zij zouden omlijnen
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou omlijnd hebben jij zou omlijnd hebben hij zou omlijnd hebben wij zouden omlijnd hebben jullie zouden omlijnd hebben zij zouden omlijnd hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
omlijn
|