NL: omkopenSynoniemen: corrumperen, kopen
DE: korrumpieren, bestechen
EN: bribe
ES: sobornar, corromper, cohechar
FR: corrompre, acheter
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
omgekocht
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik koop om jij koopt om hij koopt om wij kopen om jullie kopen om zij kopen om
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb omgekocht jij hebt omgekocht hij heeft omgekocht wij hebben omgekocht jullie hebben omgekocht zij hebben omgekocht
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik kocht om jij kocht om hij kocht om wij kochten om jullie kochten om zij kochten om
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had omgekocht jij had omgekocht hij had omgekocht wij hadden omgekocht jullie hadden omgekocht zij hadden omgekocht
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal omkopen jij zult omkopen hij zal omkopen wij zullen omkopen jullie zullen omkopen zij zullen omkopen
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal omgekocht hebben jij zult omgekocht hebben hij zal omgekocht hebben wij zullen omgekocht hebben jullie zullen omgekocht hebben zij zullen omgekocht hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou omkopen jij zou omkopen hij zou omkopen wij zouden omkopen jullie zouden omkopen zij zouden omkopen
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou omgekocht hebben jij zou omgekocht hebben hij zou omgekocht hebben wij zouden omgekocht hebben jullie zouden omgekocht hebben zij zouden omgekocht hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
koop om
|