NL: omhullenSynoniemen: bedekken, versluieren, verhullen, maskeren, inhullen, hullen, bemantelen
DE: omhullen (verhullen): kamouflieren, verhüllen, einhüllen, hüllen, verschleiern
EN: omhullen (verhullen): conceal, mantle, mask, wrap, cover, veil, camouflage, envelop, swathe, shroud, blur
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
omhuld
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik omhul jij omhult hij omhult wij omhullen jullie omhullen zij omhullen
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb omhuld jij hebt omhuld hij heeft omhuld wij hebben omhuld jullie hebben omhuld zij hebben omhuld
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik omhulde jij omhulde hij omhulde wij omhulden jullie omhulden zij omhulden
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had omhuld jij had omhuld hij had omhuld wij hadden omhuld jullie hadden omhuld zij hadden omhuld
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal omhullen jij zult omhullen hij zal omhullen wij zullen omhullen jullie zullen omhullen zij zullen omhullen
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal omhuld hebben jij zult omhuld hebben hij zal omhuld hebben wij zullen omhuld hebben jullie zullen omhuld hebben zij zullen omhuld hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou omhullen jij zou omhullen hij zou omhullen wij zouden omhullen jullie zouden omhullen zij zouden omhullen
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou omhuld hebben jij zou omhuld hebben hij zou omhuld hebben wij zouden omhuld hebben jullie zouden omhuld hebben zij zouden omhuld hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
omhul
|