NL: omhelzenSynoniemen: aannemen, beoefenen, omarmen, omsluiten, omstrengelen
DE: umarmen, umschlingen
EN: embrace, hug, cuddle
ES: abrazar, dar un abrazo, estrechar entre los brazos, acariciar, hacer cariño, ceñir entre los brazos
FR: embrasser, serrer dans ses bras
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
omhelsd
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik omhels jij omhelst hij omhelst wij omhelzen jullie omhelzen zij omhelzen
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb omhelsd jij hebt omhelsd hij heeft omhelsd wij hebben omhelsd jullie hebben omhelsd zij hebben omhelsd
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik omhelsde jij omhelsde hij omhelsde wij omhelsden jullie omhelsden zij omhelsden
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had omhelsd jij had omhelsd hij had omhelsd wij hadden omhelsd jullie hadden omhelsd zij hadden omhelsd
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal omhelzen jij zult omhelzen hij zal omhelzen wij zullen omhelzen jullie zullen omhelzen zij zullen omhelzen
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal omhelsd hebben jij zult omhelsd hebben hij zal omhelsd hebben wij zullen omhelsd hebben jullie zullen omhelsd hebben zij zullen omhelsd hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou omhelzen jij zou omhelzen hij zou omhelzen wij zouden omhelzen jullie zouden omhelzen zij zouden omhelzen
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou omhelsd hebben jij zou omhelsd hebben hij zou omhelsd hebben wij zouden omhelsd hebben jullie zouden omhelsd hebben zij zouden omhelsd hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
omhels
|