NL: omgevenSynoniemen: omringen, insluiten
DE: omgeven (omringen): umgeben, umringen, umschließen, einschließen
EN: omgeven (omringen): surround, enfold, envelope
ES: omgeven (omringen): encerrar, circundar, rodear, envolver
FR: omgeven (omringen): entourer, environner, cerner, enfermer, s'entourer de
U-vorm: Vervoeg volgens de 2e persoon enkelvoud. (advies Taalunie)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
omgeven
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik omgeef jij omgeeft hij omgeeft wij omgeven jullie omgeven zij omgeven
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb omgeven jij hebt omgeven hij heeft omgeven wij hebben omgeven jullie hebben omgeven zij hebben omgeven
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik omgaf jij omgaf hij omgaf wij omgaven jullie omgaven zij omgaven
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had omgeven jij had omgeven hij had omgeven wij hadden omgeven jullie hadden omgeven zij hadden omgeven
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal omgeven jij zult omgeven hij zal omgeven wij zullen omgeven jullie zullen omgeven zij zullen omgeven
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal omgeven hebben jij zult omgeven hebben hij zal omgeven hebben wij zullen omgeven hebben jullie zullen omgeven hebben zij zullen omgeven hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou omgeven jij zou omgeven hij zou omgeven wij zouden omgeven jullie zouden omgeven zij zouden omgeven
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou omgeven hebben jij zou omgeven hebben hij zou omgeven hebben wij zouden omgeven hebben jullie zouden omgeven hebben zij zouden omgeven hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
omgeef
|