NL: omgaanSynoniemen: gebeuren, hanteren, omlopen, optrekken, verstrijken
DE: umgehen mit, verkehren
EN: have contact, hang around with
ES: llevarse con, tratar a, tener trato con
FR: fréquenter, voir quelq'un
U-vorm: Vervoeg volgens de 2e persoon enkelvoud. (advies Taalunie)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
omgegaan
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik ga om jij gaat om hij gaat om wij gaan om jullie gaan om zij gaan om
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik ben omgegaan jij bent omgegaan hij is omgegaan wij zijn omgegaan jullie zijn omgegaan zij zijn omgegaan
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik ging om jij ging om hij ging om wij gingen om jullie gingen om zij gingen om
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik was omgegaan jij was omgegaan hij was omgegaan wij waren omgegaan jullie waren omgegaan zij waren omgegaan
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal omgaan jij zult omgaan hij zal omgaan wij zullen omgaan jullie zullen omgaan zij zullen omgaan
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal omgegaan zijn jij zult omgegaan zijn hij zal omgegaan zijn wij zullen omgegaan zijn jullie zullen omgegaan zijn zij zullen omgegaan zijn
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou omgaan jij zou omgaan hij zou omgaan wij zouden omgaan jullie zouden omgaan zij zouden omgaan
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou omgegaan zijn jij zou omgegaan zijn hij zou omgegaan zijn wij zouden omgegaan zijn jullie zouden omgegaan zijn zij zouden omgegaan zijn
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
ga om
|