Synoniemen

NL | DE | EN | ES | FR

Werkwoorden

Werkwoorden vervoegen

omcirkelen vervoegen




NL: omcirkelen
Synoniemen: omsingelen, omsluiten

DE: einkreisen
EN: surround
FR: entourer, envelopper, encercler

U-vorm: Vervoeg volgens de 2e persoon enkelvoud. (advies Taalunie)

Voltooid deelwoord
Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen`
omcirkeld
Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott)
Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt.
ik omcirkel
jij omcirkelt
hij omcirkelt
wij omcirkelen
jullie omcirkelen
zij omcirkelen
Voltooid tegenwoordige tijd (vtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn.
ik heb omcirkeld
jij hebt omcirkeld
hij heeft omcirkeld
wij hebben omcirkeld
jullie hebben omcirkeld
zij hebben omcirkeld
Onvoltooid verleden tijd (ovt)
Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is.
ik omcirkelde
jij omcirkelde
hij omcirkelde
wij omcirkelden
jullie omcirkelden
zij omcirkelden
Voltooid verleden tijd (vvt)
wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren.
ik had omcirkeld
jij had omcirkeld
hij had omcirkeld
wij hadden omcirkeld
jullie hadden omcirkeld
zij hadden omcirkeld
Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt)
Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden.
ik zal omcirkelen
jij zult omcirkelen
hij zal omcirkelen
wij zullen omcirkelen
jullie zullen omcirkelen
zij zullen omcirkelen
Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn.
ik zal omcirkeld hebben
jij zult omcirkeld hebben
hij zal omcirkeld hebben
wij zullen omcirkeld hebben
jullie zullen omcirkeld hebben
zij zullen omcirkeld hebben
Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden.
ik zou omcirkelen
jij zou omcirkelen
hij zou omcirkelen
wij zouden omcirkelen
jullie zouden omcirkelen
zij zouden omcirkelen
Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn.
ik zou omcirkeld hebben
jij zou omcirkeld hebben
hij zou omcirkeld hebben
wij zouden omcirkeld hebben
jullie zouden omcirkeld hebben
zij zouden omcirkeld hebben
Gebiedende wijs
bv. `Ga weg!`
omcirkel

Directe link naar deze pagina:

http://www.mijnwoordenboek.nl/werkwoord/omcirkelen

Werkwoorden A tot (en met) Z

Nederlandse werkwoorden: A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z
Duitse werkwoorden: A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z
Engelse werkwoorden: A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z
Franse werkwoorden: A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z
Spaanse werkwoorden: A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Vervoegen

avoir être willen send sein
© Mijnwoordenboek MMXI | Contact | Privacy | Vaakst vertaald