NL: ombrengenSynoniemen: bezorgen, doden, vermoorden, liquideren, doodslaan, doodmaken, afmaken, executeren, doodschieten, moorden, afslachten
DE: ombrengen (doden): töten, ermorden, umbringen, erledigen, fertigmachen
EN: ombrengen (doden): murder, finish off, kill
ES: ombrengen (doden): matar, dar muerte a, terminar, interrumpir, realizar, efectuar, poner término a una, liquidar a una persona, poner fin a una
FR: ombrengen (doden): tuer, liquider, abattre, assassiner, égorger, supprimer, descendre
U-vorm: Vervoeg volgens de 2e persoon enkelvoud. (advies Taalunie)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
omgebracht
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik breng om jij brengt om hij brengt om wij brengen om jullie brengen om zij brengen om
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb omgebracht jij hebt omgebracht hij heeft omgebracht wij hebben omgebracht jullie hebben omgebracht zij hebben omgebracht
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik bracht om jij bracht om hij bracht om wij brachten om jullie brachten om zij brachten om
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had omgebracht jij had omgebracht hij had omgebracht wij hadden omgebracht jullie hadden omgebracht zij hadden omgebracht
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal ombrengen jij zult ombrengen hij zal ombrengen wij zullen ombrengen jullie zullen ombrengen zij zullen ombrengen
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal omgebracht hebben jij zult omgebracht hebben hij zal omgebracht hebben wij zullen omgebracht hebben jullie zullen omgebracht hebben zij zullen omgebracht hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou ombrengen jij zou ombrengen hij zou ombrengen wij zouden ombrengen jullie zouden ombrengen zij zouden ombrengen
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou omgebracht hebben jij zou omgebracht hebben hij zou omgebracht hebben wij zouden omgebracht hebben jullie zouden omgebracht hebben zij zouden omgebracht hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
breng om
|