NL: oliënSynoniemen: invetten, smeren, inoliën
DE: oliën (invetten): schmieren, einschmieren, fetten, ölen, einfetten, abschmieren
EN: oliën (invetten): lubricate, smear, grease, rub in, oil
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
geolied
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik olie jij oliet hij oliet wij oliën jullie oliën zij oliën
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb geolied jij hebt geolied hij heeft geolied wij hebben geolied jullie hebben geolied zij hebben geolied
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik oliede jij oliede hij oliede wij olieden jullie olieden zij olieden
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had geolied jij had geolied hij had geolied wij hadden geolied jullie hadden geolied zij hadden geolied
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal oliën jij zult oliën hij zal oliën wij zullen oliën jullie zullen oliën zij zullen oliën
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal geolied hebben jij zult geolied hebben hij zal geolied hebben wij zullen geolied hebben jullie zullen geolied hebben zij zullen geolied hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou oliën jij zou oliën hij zou oliën wij zouden oliën jullie zouden oliën zij zouden oliën
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou geolied hebben jij zou geolied hebben hij zou geolied hebben wij zouden geolied hebben jullie zouden geolied hebben zij zouden geolied hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
olie
|