Synoniemen

NL | DE | EN | ES | FR

Werkwoorden

Werkwoorden vervoegen

oculeren vervoegen




NL: oculeren

U-vorm: Vervoeg volgens de 2e persoon enkelvoud. (advies Taalunie)

Voltooid deelwoord
Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen`
geoculeerd
Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott)
Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt.
ik oculeer
jij oculeert
hij oculeert
wij oculeren
jullie oculeren
zij oculeren
Voltooid tegenwoordige tijd (vtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn.
ik heb geoculeerd
jij hebt geoculeerd
hij heeft geoculeerd
wij hebben geoculeerd
jullie hebben geoculeerd
zij hebben geoculeerd
Onvoltooid verleden tijd (ovt)
Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is.
ik oculeerde
jij oculeerde
hij oculeerde
wij oculeerden
jullie oculeerden
zij oculeerden
Voltooid verleden tijd (vvt)
wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren.
ik had geoculeerd
jij had geoculeerd
hij had geoculeerd
wij hadden geoculeerd
jullie hadden geoculeerd
zij hadden geoculeerd
Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt)
Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden.
ik zal oculeren
jij zult oculeren
hij zal oculeren
wij zullen oculeren
jullie zullen oculeren
zij zullen oculeren
Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn.
ik zal geoculeerd hebben
jij zult geoculeerd hebben
hij zal geoculeerd hebben
wij zullen geoculeerd hebben
jullie zullen geoculeerd hebben
zij zullen geoculeerd hebben
Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden.
ik zou oculeren
jij zou oculeren
hij zou oculeren
wij zouden oculeren
jullie zouden oculeren
zij zouden oculeren
Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn.
ik zou geoculeerd hebben
jij zou geoculeerd hebben
hij zou geoculeerd hebben
wij zouden geoculeerd hebben
jullie zouden geoculeerd hebben
zij zouden geoculeerd hebben
Gebiedende wijs
bv. `Ga weg!`
oculeer

Directe link naar deze pagina:

http://www.mijnwoordenboek.nl/werkwoord/oculeren

Werkwoorden A tot (en met) Z

Nederlandse werkwoorden: A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z
Duitse werkwoorden: A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z
Engelse werkwoorden: A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z
Franse werkwoorden: A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z
Spaanse werkwoorden: A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Vervoegen

avoir être willen send sein
© Mijnwoordenboek MMXI | Contact | Privacy | Vaakst vertaald