NL: octrooieren U-vorm: Vervoeg volgens de 2e persoon enkelvoud. (advies Taalunie)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
geoctrooieerd
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik octrooier jij octrooiert hij octrooiert wij octrooieren jullie octrooieren zij octrooieren
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb geoctrooieerd jij hebt geoctrooieerd hij heeft geoctrooieerd wij hebben geoctrooieerd jullie hebben geoctrooieerd zij hebben geoctrooieerd
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik octrooieerde jij octrooieerde hij octrooieerde wij octrooieerden jullie octrooieerden zij octrooieerden
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had geoctrooieerd jij had geoctrooieerd hij had geoctrooieerd wij hadden geoctrooieerd jullie hadden geoctrooieerd zij hadden geoctrooieerd
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal octrooieren jij zult octrooieren hij zal octrooieren wij zullen octrooieren jullie zullen octrooieren zij zullen octrooieren
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal geoctrooieerd hebben jij zult geoctrooieerd hebben hij zal geoctrooieerd hebben wij zullen geoctrooieerd hebben jullie zullen geoctrooieerd hebben zij zullen geoctrooieerd hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou octrooieren jij zou octrooieren hij zou octrooieren wij zouden octrooieren jullie zouden octrooieren zij zouden octrooieren
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou geoctrooieerd hebben jij zou geoctrooieerd hebben hij zou geoctrooieerd hebben wij zouden geoctrooieerd hebben jullie zouden geoctrooieerd hebben zij zouden geoctrooieerd hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
octrooier
|