NL: obsederenSynoniemen: intrigeren
EN: obsess
FR: obséder, captiver, fasciner
U-vorm: Vervoeg volgens de 2e persoon enkelvoud. (advies Taalunie)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
geobsedeerd
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik obsedeer jij obsedeert hij obsedeert wij obsederen jullie obsederen zij obsederen
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb geobsedeerd jij hebt geobsedeerd hij heeft geobsedeerd wij hebben geobsedeerd jullie hebben geobsedeerd zij hebben geobsedeerd
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik obsedeerde jij obsedeerde hij obsedeerde wij obsedeerden jullie obsedeerden zij obsedeerden
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had geobsedeerd jij had geobsedeerd hij had geobsedeerd wij hadden geobsedeerd jullie hadden geobsedeerd zij hadden geobsedeerd
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal obsederen jij zult obsederen hij zal obsederen wij zullen obsederen jullie zullen obsederen zij zullen obsederen
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal geobsedeerd hebben jij zult geobsedeerd hebben hij zal geobsedeerd hebben wij zullen geobsedeerd hebben jullie zullen geobsedeerd hebben zij zullen geobsedeerd hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou obsederen jij zou obsederen hij zou obsederen wij zouden obsederen jullie zouden obsederen zij zouden obsederen
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou geobsedeerd hebben jij zou geobsedeerd hebben hij zou geobsedeerd hebben wij zouden geobsedeerd hebben jullie zouden geobsedeerd hebben zij zouden geobsedeerd hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
obsedeer
|