NL: objectiveren U-vorm: Vervoeg volgens de 2e persoon enkelvoud. (advies Taalunie)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
geobjectiveerd
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik objectiveer jij objectiveert hij objectiveert wij objectiveren jullie objectiveren zij objectiveren
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb geobjectiveerd jij hebt geobjectiveerd hij heeft geobjectiveerd wij hebben geobjectiveerd jullie hebben geobjectiveerd zij hebben geobjectiveerd
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik objectiveerde jij objectiveerde hij objectiveerde wij objectiveerden jullie objectiveerden zij objectiveerden
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had geobjectiveerd jij had geobjectiveerd hij had geobjectiveerd wij hadden geobjectiveerd jullie hadden geobjectiveerd zij hadden geobjectiveerd
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal objectiveren jij zult objectiveren hij zal objectiveren wij zullen objectiveren jullie zullen objectiveren zij zullen objectiveren
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal geobjectiveerd hebben jij zult geobjectiveerd hebben hij zal geobjectiveerd hebben wij zullen geobjectiveerd hebben jullie zullen geobjectiveerd hebben zij zullen geobjectiveerd hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou objectiveren jij zou objectiveren hij zou objectiveren wij zouden objectiveren jullie zouden objectiveren zij zouden objectiveren
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou geobjectiveerd hebben jij zou geobjectiveerd hebben hij zou geobjectiveerd hebben wij zouden geobjectiveerd hebben jullie zouden geobjectiveerd hebben zij zouden geobjectiveerd hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
objectiveer
|