NL: nursen U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
genurset
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik nurse jij nurset hij nurset wij nursen jullie nursen zij nursen
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb genurset jij hebt genurset hij heeft genurset wij hebben genurset jullie hebben genurset zij hebben genurset
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik nursete jij nursete hij nursete wij nurseten jullie nurseten zij nurseten
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had genurset jij had genurset hij had genurset wij hadden genurset jullie hadden genurset zij hadden genurset
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal nursen jij zult nursen hij zal nursen wij zullen nursen jullie zullen nursen zij zullen nursen
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal genurset hebben jij zult genurset hebben hij zal genurset hebben wij zullen genurset hebben jullie zullen genurset hebben zij zullen genurset hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou nursen jij zou nursen hij zou nursen wij zouden nursen jullie zouden nursen zij zouden nursen
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou genurset hebben jij zou genurset hebben hij zou genurset hebben wij zouden genurset hebben jullie zouden genurset hebben zij zouden genurset hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
nurse
|