NL: nummerenDE: numerieren
EN: number
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
genummerd
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik nummer jij nummert hij nummert wij nummeren jullie nummeren zij nummeren
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb genummerd jij hebt genummerd hij heeft genummerd wij hebben genummerd jullie hebben genummerd zij hebben genummerd
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik nummerde jij nummerde hij nummerde wij nummerden jullie nummerden zij nummerden
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had genummerd jij had genummerd hij had genummerd wij hadden genummerd jullie hadden genummerd zij hadden genummerd
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal nummeren jij zult nummeren hij zal nummeren wij zullen nummeren jullie zullen nummeren zij zullen nummeren
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal genummerd hebben jij zult genummerd hebben hij zal genummerd hebben wij zullen genummerd hebben jullie zullen genummerd hebben zij zullen genummerd hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou nummeren jij zou nummeren hij zou nummeren wij zouden nummeren jullie zouden nummeren zij zouden nummeren
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou genummerd hebben jij zou genummerd hebben hij zou genummerd hebben wij zouden genummerd hebben jullie zouden genummerd hebben zij zouden genummerd hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
nummer
|