Synoniemen

NL | DE | EN | ES | FR

Werkwoorden

Werkwoorden vervoegen

nuanceren vervoegen

Vul een werkwoord of werkwoordsvorm in van een Nederlands, Duits,
Engels, Frans of Spaans werkwoord.
Bv: denken, dacht, sms'en, sein, have, avoir, être, aller, hablar





NL: nuanceren
Synoniemen: schakeren

DE: nuancieren, differenzieren
EN: nuance, differentiate, modify
ES: matizar
FR: nuancer, modifier, différencier

U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)

Voltooid deelwoord
Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen`
genuanceerd
Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott)
Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt.
ik nuanceer
jij nuanceert
hij nuanceert
wij nuanceren
jullie nuanceren
zij nuanceren
Voltooid tegenwoordige tijd (vtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn.
ik heb genuanceerd
jij hebt genuanceerd
hij heeft genuanceerd
wij hebben genuanceerd
jullie hebben genuanceerd
zij hebben genuanceerd
Onvoltooid verleden tijd (ovt)
Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is.
ik nuanceerde
jij nuanceerde
hij nuanceerde
wij nuanceerden
jullie nuanceerden
zij nuanceerden
Voltooid verleden tijd (vvt)
wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren.
ik had genuanceerd
jij had genuanceerd
hij had genuanceerd
wij hadden genuanceerd
jullie hadden genuanceerd
zij hadden genuanceerd
Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt)
Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden.
ik zal nuanceren
jij zult nuanceren
hij zal nuanceren
wij zullen nuanceren
jullie zullen nuanceren
zij zullen nuanceren
Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn.
ik zal genuanceerd hebben
jij zult genuanceerd hebben
hij zal genuanceerd hebben
wij zullen genuanceerd hebben
jullie zullen genuanceerd hebben
zij zullen genuanceerd hebben
Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden.
ik zou nuanceren
jij zou nuanceren
hij zou nuanceren
wij zouden nuanceren
jullie zouden nuanceren
zij zouden nuanceren
Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn.
ik zou genuanceerd hebben
jij zou genuanceerd hebben
hij zou genuanceerd hebben
wij zouden genuanceerd hebben
jullie zouden genuanceerd hebben
zij zouden genuanceerd hebben
Gebiedende wijs
bv. `Ga weg!`
nuanceer

Directe link naar deze pagina:

http://www.mijnwoordenboek.nl/werkwoord/nuanceren

Werkwoorden A tot (en met) Z



Nederlandse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Duitse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Engelse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Franse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Spaanse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z



© Mijnwoordenboek MMXII | Contact | Privacy | Vaakst vertaald | In English