NL: normaliserenSynoniemen: herstellen, regulariseren, standaardiseren
EN: standardize
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
genormaliseerd
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik normaliseer jij normaliseert hij normaliseert wij normaliseren jullie normaliseren zij normaliseren
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb genormaliseerd jij hebt genormaliseerd hij heeft genormaliseerd wij hebben genormaliseerd jullie hebben genormaliseerd zij hebben genormaliseerd
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik normaliseerde jij normaliseerde hij normaliseerde wij normaliseerden jullie normaliseerden zij normaliseerden
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had genormaliseerd jij had genormaliseerd hij had genormaliseerd wij hadden genormaliseerd jullie hadden genormaliseerd zij hadden genormaliseerd
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal normaliseren jij zult normaliseren hij zal normaliseren wij zullen normaliseren jullie zullen normaliseren zij zullen normaliseren
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal genormaliseerd hebben jij zult genormaliseerd hebben hij zal genormaliseerd hebben wij zullen genormaliseerd hebben jullie zullen genormaliseerd hebben zij zullen genormaliseerd hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou normaliseren jij zou normaliseren hij zou normaliseren wij zouden normaliseren jullie zouden normaliseren zij zouden normaliseren
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou genormaliseerd hebben jij zou genormaliseerd hebben hij zou genormaliseerd hebben wij zouden genormaliseerd hebben jullie zouden genormaliseerd hebben zij zouden genormaliseerd hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
normaliseer
|