NL: nopenSynoniemen: bewegen, dwingen, pressen, noodzaken
EN: nopen (door iets genoodzaakt worden): be obliged
FR: nopen (door iets genoodzaakt worden): être obligé
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
genoopt
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik noop jij noopt hij noopt wij nopen jullie nopen zij nopen
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb genoopt jij hebt genoopt hij heeft genoopt wij hebben genoopt jullie hebben genoopt zij hebben genoopt
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik noopte jij noopte hij noopte wij noopten jullie noopten zij noopten
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had genoopt jij had genoopt hij had genoopt wij hadden genoopt jullie hadden genoopt zij hadden genoopt
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal nopen jij zult nopen hij zal nopen wij zullen nopen jullie zullen nopen zij zullen nopen
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal genoopt hebben jij zult genoopt hebben hij zal genoopt hebben wij zullen genoopt hebben jullie zullen genoopt hebben zij zullen genoopt hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou nopen jij zou nopen hij zou nopen wij zouden nopen jullie zouden nopen zij zouden nopen
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou genoopt hebben jij zou genoopt hebben hij zou genoopt hebben wij zouden genoopt hebben jullie zouden genoopt hebben zij zouden genoopt hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
noop
|