NL: nivellerenSynoniemen: gelijkmaken
EN: the levelling out
FR: la égalisation, le nivellement, la nivelation
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
genivelleerd
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik nivelleer jij nivelleert hij nivelleert wij nivelleren jullie nivelleren zij nivelleren
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb genivelleerd jij hebt genivelleerd hij heeft genivelleerd wij hebben genivelleerd jullie hebben genivelleerd zij hebben genivelleerd
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik nivelleerde jij nivelleerde hij nivelleerde wij nivelleerden jullie nivelleerden zij nivelleerden
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had genivelleerd jij had genivelleerd hij had genivelleerd wij hadden genivelleerd jullie hadden genivelleerd zij hadden genivelleerd
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal nivelleren jij zult nivelleren hij zal nivelleren wij zullen nivelleren jullie zullen nivelleren zij zullen nivelleren
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal genivelleerd hebben jij zult genivelleerd hebben hij zal genivelleerd hebben wij zullen genivelleerd hebben jullie zullen genivelleerd hebben zij zullen genivelleerd hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou nivelleren jij zou nivelleren hij zou nivelleren wij zouden nivelleren jullie zouden nivelleren zij zouden nivelleren
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou genivelleerd hebben jij zou genivelleerd hebben hij zou genivelleerd hebben wij zouden genivelleerd hebben jullie zouden genivelleerd hebben zij zouden genivelleerd hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
nivelleer
|