NL: niezenSynoniemen: proesten, niesen
DE: niesen, prusten
EN: sneeze
ES: estornudar
FR: éternuer
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
geniesd
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik nies jij niest hij niest wij niezen jullie niezen zij niezen
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb geniesd jij hebt geniesd hij heeft geniesd wij hebben geniesd jullie hebben geniesd zij hebben geniesd
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik niesde jij niesde hij niesde wij niesden jullie niesden zij niesden
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had geniesd jij had geniesd hij had geniesd wij hadden geniesd jullie hadden geniesd zij hadden geniesd
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal niezen jij zult niezen hij zal niezen wij zullen niezen jullie zullen niezen zij zullen niezen
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal geniesd hebben jij zult geniesd hebben hij zal geniesd hebben wij zullen geniesd hebben jullie zullen geniesd hebben zij zullen geniesd hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou niezen jij zou niezen hij zou niezen wij zouden niezen jullie zouden niezen zij zouden niezen
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou geniesd hebben jij zou geniesd hebben hij zou geniesd hebben wij zouden geniesd hebben jullie zouden geniesd hebben zij zouden geniesd hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
nies
|