NL: neuzenSynoniemen: rondkijken, speuren
EN: ferret around, investigate, hunt, nose around, browse, nose about, ferret about, search
ES: rastrear, husmear en, curiosear
FR: fouiller, fourrer le nez dans, fureter, fouiner
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
geneusd
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik neus jij neust hij neust wij neuzen jullie neuzen zij neuzen
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb geneusd jij hebt geneusd hij heeft geneusd wij hebben geneusd jullie hebben geneusd zij hebben geneusd
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik neusde jij neusde hij neusde wij neusden jullie neusden zij neusden
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had geneusd jij had geneusd hij had geneusd wij hadden geneusd jullie hadden geneusd zij hadden geneusd
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal neuzen jij zult neuzen hij zal neuzen wij zullen neuzen jullie zullen neuzen zij zullen neuzen
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal geneusd hebben jij zult geneusd hebben hij zal geneusd hebben wij zullen geneusd hebben jullie zullen geneusd hebben zij zullen geneusd hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou neuzen jij zou neuzen hij zou neuzen wij zouden neuzen jullie zouden neuzen zij zouden neuzen
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou geneusd hebben jij zou geneusd hebben hij zou geneusd hebben wij zouden geneusd hebben jullie zouden geneusd hebben zij zouden geneusd hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
neus
|