Synoniemen

NL | DE | EN | ES | FR

Werkwoorden

Werkwoorden vervoegen

nestelen vervoegen

Vul een werkwoord of werkwoordsvorm in van een Nederlands, Duits,
Engels, Frans of Spaans werkwoord.
Bv: denken, dacht, sms'en, sein, have, avoir, être, aller, hablar





NL: nestelen
DE: nestelen (zijn nest maken): nisten, einnisten
EN: nestelen (zijn nest maken): nest

U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)

Voltooid deelwoord
Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen`
genesteld
Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott)
Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt.
ik nestel
jij nestelt
hij nestelt
wij nestelen
jullie nestelen
zij nestelen
Voltooid tegenwoordige tijd (vtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn.
ik heb genesteld
jij hebt genesteld
hij heeft genesteld
wij hebben genesteld
jullie hebben genesteld
zij hebben genesteld
Onvoltooid verleden tijd (ovt)
Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is.
ik nestelde
jij nestelde
hij nestelde
wij nestelden
jullie nestelden
zij nestelden
Voltooid verleden tijd (vvt)
wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren.
ik had genesteld
jij had genesteld
hij had genesteld
wij hadden genesteld
jullie hadden genesteld
zij hadden genesteld
Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt)
Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden.
ik zal nestelen
jij zult nestelen
hij zal nestelen
wij zullen nestelen
jullie zullen nestelen
zij zullen nestelen
Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn.
ik zal genesteld hebben
jij zult genesteld hebben
hij zal genesteld hebben
wij zullen genesteld hebben
jullie zullen genesteld hebben
zij zullen genesteld hebben
Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden.
ik zou nestelen
jij zou nestelen
hij zou nestelen
wij zouden nestelen
jullie zouden nestelen
zij zouden nestelen
Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn.
ik zou genesteld hebben
jij zou genesteld hebben
hij zou genesteld hebben
wij zouden genesteld hebben
jullie zouden genesteld hebben
zij zouden genesteld hebben
Gebiedende wijs
bv. `Ga weg!`
nestel

Directe link naar deze pagina:

http://www.mijnwoordenboek.nl/werkwoord/nestelen

Werkwoorden A tot (en met) Z



Nederlandse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Duitse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Engelse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Franse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Spaanse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z



© Mijnwoordenboek MMXII | Contact | Privacy | Vaakst vertaald | In English